Tips ’n Tricks

Wordt het een zanderig bospad, of een strook zwart asfalt langs een kanaal? Je hebt het als hardloper niet altijd voor het kiezen: de ondergrond waarop je je trainingskilometers neerlegt. Stadsbewoners zijn al snel veroordeeld tot verharde wegen, buiten bebouwde kommen is het aanbod van zandpaden, karrensporen en single-tracks door een natuurgebied groter. Maakt het wat uit? Ja, het maakt wat uit! Het gaat vaak mis als je van ondergrond verandert.

Als je de trainingsbelasting zeer geleidelijk opbouwt, dan heeft je onderstel voldoende tijd om zich aan te passen aan elke ondergrond waarop jij je looptrainingen doet. Sommige lopers tikken al hun kilometers weg op asfalt, beton of de tegels van een trottoir. Anderen gruwelen bij die gedachte, zij zweren bij onverhard. De meeste lopers variëren hun trainingsbiotoop door ‘verharde duurlopen’ te combineren met een ‘zaterdagse trail’, snelle intervallen op de kunststof atletiekbaan en misschien ook nog een half uurtje op de loopband, thuis of in de sportschool. Als je traint op de ondergrond die je gewend bent, op goed ingelopen schoenen, dan zal je weinig problemen ondervinden. Dat is anders als je, al dan niet noodgedwongen, van ondergrond gaat veranderen. Het is code oranje bij de volgende situaties.

.. Je traint met je loopgroep in de zomer, ’s avonds, op de onverharde paden in een park. In de winter werk je twee trainingen per week af op de kunststof atletiekbaan.
Je hebt verhoogde kans op problemen aan de schenen (shin-splints) en achillespezen.

.. Je hebt in de voorbereiding op een marathon al je lange duurlopen op onverharde paden gedaan. Het parkoers van de marathon is 42,195 km asfalt.
Je hebt kans om al vroeg in de race last te krijgen van hevige pijn in kuiten en bovenbenen, en wellicht zelfs kramp.

.. Je hebt een aantal halve en hele marathons gelopen en wil je nu gaan richten op het lopen van trails en berglopen.
Je hebt een verhoogde kans op verzwikte enkels, overbelastingproblemen van de knie, rug en heup, en op kwetsuren als gevolg van valpartijen.

Betekent dit nu dat je er goed aan doet om nooit van ondergrond te veranderen? Lopen op de bodem waarop je altijd traint/hardloopt is – mits de trainingsopbouw goed is – belangrijk bij het voorkomen van blessures. Anderzijds maakt het je minder kwetsbaar als je regelmatig op andere ondergrond loopt. Bovendien is die variatie goed voor de ontwikkeling van je motoriek. Ook hiervoor geldt: ga voorzichtig te werk en voer veranderingen geleidelijk en stapsgewijs in.

Een laatste aandachtspunt: pas op voor ‘bolle wegen’, wegen of paden die schuin aflopen. Ze dwingen je tot een asymmetrisch looppatroon wat je op den duur met vervelende overbelastingblessures op kan zadelen

Bron:Rob Veer

Hardlopen.nl